ECLI:NL:RBROT:2011:BR5525
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.N. van Zelm van Eldik
- P.A.M. van Schouwenburg-Laan
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Pand- en retentierecht van vervoerder na surseance van betaling afzender
De zaak betreft een geschil tussen vervoerder Wincanton en de curatoren van Diolen Industrial Fibers B.V. over de uitoefening van pand- en retentierechten op goederen die Wincanton vervoerde voor Diolen. Diolen verkreeg surseance van betaling op 27 juni 2008, waarna curatoren als bewindvoerders werden aangesteld.
Wincanton stelde een pandrecht en retentierecht te hebben op de goederen die zij onder zich had op het moment van surseance en daarna. De rechtbank overwoog dat voor vestiging van een pandrecht een geldige vestigingshandeling vereist is, en dat na surseance Diolen slechts met medewerking van de bewindvoerders bevoegd was een pandrecht te vestigen. Deze medewerking ontbrak, zodat pandrechten op goederen ontvangen na surseance niet geldig zijn.
Voor goederen ontvangen vóór surseance is het pandrecht geldig, en de verkoopopbrengst daarvan komt aan Wincanton toe. Het retentierecht geldt eveneens alleen voor goederen ontvangen vóór surseance. De rechtbank oordeelde dat Wincanton onrechtmatig handelde door goederen na surseance achter te houden zonder toestemming van de curatoren. De verdere beoordeling van de omvang van de vorderingen en schadevergoeding wordt aangehouden.
Uitkomst: Wincanton heeft pand- en retentierecht op goederen ontvangen vóór surseance, maar niet op goederen na surseance zonder medewerking bewindvoerders.