ECLI:NL:RBROT:2011:BR5586
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg borgstellingsclausule en berekening restantschuld borgstelling
In deze civiele procedure staat de uitleg van een borgstellingsclausule centraal tussen Godot en Ulrich. Godot heeft een lening verstrekt aan BZZTôH, waarbij Ulrich borg stond voor maximaal €100.000,-. Na het faillissement van BZZTôH ontstond discussie over de omvang van de borgstelling en de wijze waarop de restantschuld moet worden berekend, mede in verband met aflossingen en opbrengsten uit pandrechten.
De rechtbank stelt vast dat partijen beoogden ieder voor gelijke delen (50%) bij te dragen aan de financiering van BZZTôH. De borgstelling van Ulrich moet daarom naar rato worden verminderd met de bedragen die Godot reeds heeft ontvangen uit andere zekerheden, zoals het tweede pandrecht. De rechtbank verwerpt de uitleg van Godot dat Ulrich voor het volledige bedrag tot €100.000,- aansprakelijk is zonder vermindering.
Verder wordt geoordeeld dat de rentevergoeding over de borgstelling niet is vastgesteld omdat partijen hierover geen concrete afspraken hebben gemaakt. Ook de juridische kosten worden deels toegewezen aan Ulrich, maar de mediationkosten niet. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor nadere conclusies over de exacte omvang van de restantschuld en de verschuldigde rente, waarbij partijen worden uitgenodigd om in onderling overleg tot een minnelijke regeling te komen.
Uitkomst: De borgstelling van Ulrich wordt beperkt tot 50% van de restantschuld verminderd met ontvangen bedragen, zaak aangehouden voor nadere conclusies.