ECLI:NL:RBROT:2011:BR5970
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot afgifte van bescheiden inzake verkoop Doxis deels toegewezen
In deze zaak vordert eiseres op grond van artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) afgifte van diverse bescheiden met betrekking tot de verkoop van Doxis door Ernst & Young. Eiseres stelt dat zij rechtmatig belang heeft bij deze bescheiden om haar rechtspositie te bepalen en haar vordering wegens wanprestatie of onrechtmatige daad te onderbouwen.
De rechtbank overweegt dat aan de vereisten van artikel 843a Rv is voldaan: er is sprake van een rechtsbetrekking, de gevraagde bescheiden zijn voldoende bepaald en er is een spoedeisend belang gezien de aanstaande behandeling van een voorlopig getuigenverhoor. Ernst & Young voert onder meer aan dat het verzoek prematuur is en dat er gewichtige redenen zijn om afgifte te weigeren, zoals vertrouwelijkheid en het feit dat een getuigenverhoor ook rechtsbedeling kan waarborgen.
De voorzieningenrechter verwerpt het verweer dat afgifte slechts als ultimum remedium kan worden gevorderd en benadrukt het belang van schriftelijke stukken als bewijsmiddel. Wel worden beperkingen gesteld: alleen bescheiden tussen 1 januari 2009 en 14 februari 2010 worden verstrekt, en strikt interne vertrouwelijke informatie wordt geweigerd. Het verzoek tot afgifte van telefoonnotities wordt afgewezen wegens onvoldoende bepaalbaarheid.
De rechtbank veroordeelt Ernst & Young tot afgifte van de bescheiden binnen tien werkdagen en in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zonder oplegging van een dwangsom. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot afgifte van bescheiden wordt deels toegewezen met beperkingen in tijd en vertrouwelijke informatie, vonnis uitvoerbaar bij voorraad.