ECLI:NL:RBROT:2011:BR6530
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitkering depositogarantiestelsel aan erfgenamen na overlijden rekeninghouder
De erven van P.M.W. Grootscholten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van De Nederlandsche Bank (DNB) waarbij een uitkering van € 100.000 uit het depositogarantiestelsel werd toegekend na het faillissement van DSB Bank. De erven betoogden dat zij als vier individuele rekeninghouders moesten worden aangemerkt en ieder recht hadden op een deel van de uitkering.
De rechtbank oordeelt dat volgens artikel 4:182 BW Pro de erven weliswaar zijn opgevolgd in de vordering op DSB, maar niet als individuele mederekeninghouders kunnen worden beschouwd, omdat de erven-rekening niet op eigen namen werd aangehouden. Het Bbpm bepaalt dat alleen rekeninghouders op eigen naam aanspraak kunnen maken op de uitkering.
Verder werd geoordeeld dat DNB ten onrechte de indruk wekte dat onder bijzondere omstandigheden elke erfgenaam afzonderlijk als persoon in de zin van het Bbpm kan worden aangemerkt. Dit deed echter geen afbreuk aan de rechtmatigheid van het besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar DNB werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de erven wordt ongegrond verklaard en het besluit van DNB tot toekenning van een uitkering van € 100.000 blijft in stand.