ECLI:NL:RBROT:2011:BR6643
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding depositogarantiestelsel bij en/of-rekeningen DSB Bank
Eiseres betwist de door De Nederlandsche Bank (DNB) toegekende vergoeding uit het depositogarantiestelsel voor haar rekeningen bij DSB Bank, waarbij zij een lagere vergoeding ontving dan haar partner. De kern van het geschil betreft de verdeling van het saldo op twee en/of-rekeningen die eiseres samen met haar partner aanhield. DNB ging uit van een evenredige verdeling van het saldo conform artikel 26, vijfde lid, van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie (Bbpm).
De rechtbank stelt vast dat eiseres geen contractuele bepaling heeft overgelegd die een afwijking van deze hoofdregel rechtvaardigt. De door eiseres en haar partner ondertekende verklaring beschikkingsbevoegdheid betrof slechts een klein deel van het saldo en voldeed niet aan de vereisten van het Bbpm. Ook de algemene voorwaarden van DSB Bank ondersteunen geen exclusieve rechten van eiseres op het volledige tegoed.
De rechtbank verwijst naar het dwingende karakter van artikel 26, vijfde lid, Bbpm, dat een evenredige verdeling voorschrijft tenzij contractueel anders is bepaald. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de toegewezen vergoeding van DNB blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vergoeding van DNB wordt ongegrond verklaard.