ECLI:NL:RBROT:2011:BT2088
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst tijdens zwangerschap
De zaak betreft een verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een zwangere werkneemster bij Bakkerij [verzoekster]. De werkneemster was sinds februari 2010 in dienst en had een relatie met de eigenaar, die in november 2010 eindigde. Eind 2010 werd zij zwanger van een ander.
De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2011 met wederzijds goedvinden was beëindigd, maar de werkneemster betwistte dit en stelde dat zij zich beschikbaar hield voor werk. Zij meldde zich ziek vanwege zwangerschapscomplicaties. De werkgever verzocht om ontbinding wegens vertrouwensbreuk en veranderde omstandigheden, maar erkende dat de zwangerschap niet de reden was voor het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de relatie en het niet verschijnen van de werkneemster op werk een vertrouwensbreuk kunnen veroorzaken, deze omstandigheden onvoldoende zijn om de arbeidsovereenkomst tijdens het strikte opzegverbod in de zwangerschap te ontbinden. De werkneemster had bovendien nooit feitelijk werk verricht in 2011. Het verzoek tot ontbinding werd daarom afgewezen en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tijdens zwangerschap wordt afgewezen.