ECLI:NL:RBROT:2011:BT2430
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering toelating tot hoger leerjaar volwassenenonderwijs niet onrechtmatig
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en de stichting Zadkine over de toelating tot een hoger leerjaar in het volwassenenonderwijs. [Eiser] vorderde dat Zadkine hem zou toelaten tot een hoger leerjaar, maar Zadkine weigerde dit op basis van zijn studiehouding en resultaten.
Na een tussenvonnis heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten over de gevolgen van het vervallen van artikel 10 Inrichtingsbesluit Pro. Zadkine stelde dat haar discretionaire bevoegdheid hierdoor was verruimd en dat zij op redelijke wijze gebruik had gemaakt van haar bevoegdheid.
De rechtbank oordeelde dat Zadkine haar besluit voldoende had gemotiveerd en dat er een feitelijke grondslag was voor de weigering. Het vervallen van artikel 10 Inrichtingsbesluit Pro leidt niet tot een grotere motiveringsplicht dan gebruikelijk. Ook is niet gebleken dat de weigering in strijd is met wettelijke plichten of ongeschreven recht.
Daarom wees de rechtbank de vordering van [eiser] af en veroordeelde hem in de proceskosten van Zadkine.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt dat de weigering tot toelating niet onrechtmatig is.