ECLI:NL:RBROT:2011:BT6349
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging registratie Diginotar als certificatiedienstverlener
De rechtbank Rotterdam behandelde op 27 september 2011 het verzoek om een voorlopige voorziening van de curator in het faillissement van Diginotar. Het verzoek betrof het schorsen van het besluit van 13 september 2011 waarbij de registratie van Diginotar als certificatiedienstverlener werd beëindigd wegens het verrichten van activiteiten in strijd met het Besluit elektronische handtekeningen.
De belangen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) speelden een rol, maar deze organisaties hadden slechts een afgeleid belang en hadden reeds civielrechtelijke procedures lopen. De curator stelde dat het financiële belang van Diginotar zwaarwegend was, mede vanwege de continuïteit van de onderneming en de belangen van notarissen en deurwaarders.
De rechtbank oordeelde dat het faillissement van Diginotar de situatie feitelijk een gepasseerd station maakte en dat een financieel belang op zichzelf geen reden is voor een voorlopige voorziening. Er was geen sprake van een spoedeisend belang zoals vereist op grond van artikel 8:81 Awb Pro. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tevens werd opgemerkt dat de curator schadevergoeding kan vorderen indien het besluit onrechtmatig blijkt.
Tenslotte wees de rechtbank erop dat de civiele rechter reeds uitspraak had gedaan over de belangen van KNB en KBvG en dat deze belangen in deze bestuursrechtelijke procedure niet opnieuw centraal konden staan. Tegen deze uitspraak was geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de registratie van Diginotar als certificatiedienstverlener is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en het faillissement van Diginotar.