ECLI:NL:RBROT:2011:BT7340
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering bestuurder tegen BV wegens niet-nakoming pensioentoezegging en bestuurdersaansprakelijkheid
De eiser, voormalig bestuurder en aandeelhouder van een besloten vennootschap (de Vennootschap), vorderde hoofdelijke aansprakelijkheid van mede-aandeelhouders en bestuurders wegens niet-nakoming van een pensioentoezegging. Hij stelde dat het bestuur tekort was geschoten door onder meer het verhogen van hun beloning zonder financiële ruimte, het niet veiligstellen van zijn pensioenvoorziening, onrechtmatige transacties en het voortzetten van verliesgevende activiteiten.
De rechtbank oordeelde dat de Vennootschap failliet was en de pensioentoezegging niet kon worden nagekomen, maar dat de bestuurders niet persoonlijk aansprakelijk waren omdat geen ernstig verwijtbaar handelen was vastgesteld. De vermeende onrechtmatigheden, zoals de verhoging van de kredietfaciliteiten zonder formele goedkeuring en de bonusbetalingen, waren niet onrechtmatig of onvoldoende onderbouwd.
Ook de stellingen over omzetverlies door transacties met een andere vennootschap en het beheer van de jaarrekeningen werden niet als onrechtmatig beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat de bestuurders hun taken niet onbehoorlijk hadden vervuld in die mate dat zij aansprakelijk konden worden gesteld.
De vordering werd afgewezen en de eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukte dat de pensioenvoorziening in eigen beheer was gehouden en dat de Vennootschap niet verplicht was het pensioen elders onder te brengen.
De uitspraak bevestigt de hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid en het belang van concrete en ernstige verwijten voor aansprakelijkheid naast de vennootschap.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.