ECLI:NL:RBROT:2011:BT7669
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Russell-van der Hoeven
- Klein Wolterink
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging voor invoer cocaïne in België; veroordeling voor voorbereiding vervoer cocaïne
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van invoer van circa 110 kilogram cocaïne in België en van voorbereiding van het vervoer van deze cocaïne naar Nederland. De tenlastelegging omvatte twee feiten: invoer in België en voorbereiding van vervoer binnen Nederland en/of België.
De rechtbank oordeelde dat het eerste feit, de invoer in België, geen strafbaar feit oplevert onder de Nederlandse Opiumwet, omdat deze wet alleen het binnenbrengen van verdovende middelen binnen het grondgebied van Nederland strafbaar stelt. De tekst van de wet is helder en laat geen ruimte voor interpretatie, waardoor verdachte voor dit feit werd ontslagen van alle rechtsvervolging.
Voor het tweede feit, de voorbereiding van het vervoer van de cocaïne, werd verdachte wel strafbaar verklaard. De rechtbank baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder observaties, telefoongegevens, en documenten met containernummers. Verdachte ontkende betrokkenheid, maar zijn verklaring werd niet geloofd. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 40 maanden, rekening houdend met de ernst van het feit en zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank concludeerde dat de internationale drugshandel een ernstige bedreiging vormt voor de samenleving en dat een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend is. De tijd in voorlopige hechtenis wordt op de straf in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging voor invoer in België en veroordeeld tot 40 maanden gevangenisstraf voor voorbereiding vervoer cocaïne.