ECLI:NL:RBROT:2011:BT8218
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.J. Wetzels
- L.A.C. Nifterick
- M.C. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter niet-ontvankelijk wegens te late indiening
In deze civielrechtelijke procedure diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de zaak behandelde over een voorlopige voorziening partneralimentatie. Verzoeker stelde dat de rechter door suggesties tijdens de zitting van 1 september 2011 de schijn van partijdigheid had gewekt. De rechter had namelijk aangegeven dat een verzoek tot terugvordering van bedragen van de gezamenlijke bankrekening mogelijk in de voorlopige voorziening behandeld kon worden, wat tot een schriftelijk verzoek van de vrouw leidde.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend. Volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro moet een wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn. Verzoeker had het verzoek pas na meer dan 15 dagen na de zitting ingediend, terwijl het hem al ter zitting duidelijk had kunnen zijn dat de rechter een serieuze suggestie had gedaan.
De rechtbank vond dat de rechter passend had gehandeld door de discussie om te zetten in een formeel schriftelijk verzoek met mogelijkheid tot verweer en mondelinge behandeling. De suggesties van de rechter waren bedoeld om de procedure te structureren en niet om partijdigheid te tonen.
Daarom verklaarde de rechtbank het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Dit oordeel werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 14 oktober 2011.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.