ECLI:NL:RBROT:2011:BT8220
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E. Van Dort
- M.J. Van de Ven
- M.C. Marijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning Braziliaanse adoptie en adoptie naar Nederlands recht, voogdij toegewezen
De rechtbank Rotterdam behandelde verzoeken tot erkenning van een Braziliaanse adoptie en tot adoptie van een minderjarige naar Nederlands recht. De adoptieprocedure in Brazilië was niet volgens het Haags Adoptieverdrag verlopen, waardoor erkenning van rechtswege niet mogelijk was. De rechtbank stelde twijfel aan de goede trouw van de vrouw vast, omdat zij onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt in de Braziliaanse procedure, onder meer door haar verblijfplaats in Nederland te verzwijgen en de intentie om het kind naar Nederland over te brengen niet te melden.
Daarnaast ontbrak de vereiste beginseltoestemming volgens de Nederlandse Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka), waardoor de opname van het kind in Nederland illegaal was. De vrouw stelde dat in het belang van het kind aan deze formele vereisten voorbij moest worden gegaan, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet kon, mede vanwege de risico’s en onzekerheden voor het kind.
De rechtbank wees ook het subsidiaire verzoek tot adoptie naar Nederlands recht af, eveneens wegens het ontbreken van beginseltoestemming en twijfel aan goede trouw. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat geen sprake was van een scheiding tussen de vrouw en het kind. De rechtbank stelde de geboortegegevens van het kind vast op basis van de oorspronkelijke gegevens en wijzigde het persoonsregister dienovereenkomstig.
Omdat de adoptie niet werd erkend en geen gezag bestond, wees de rechtbank de voogdij over de minderjarige toe aan de vrouw en haar echtgenoot, gelet op het belang van het kind bij een stabiele verzorgingssituatie. Bureau Jeugdzorg werd opgedragen verantwoording af te leggen over het gevoerde bewind over het vermogen van het kind.
Uitkomst: Erkenning van de Braziliaanse adoptie en adoptie naar Nederlands recht worden afgewezen; voogdij wordt toegewezen aan verzoekster en haar echtgenoot.