ECLI:NL:RBROT:2011:BT8519
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit DNB over vergoeding depositogarantiestelsel voor beheerde deposito's minderjarige kinderen
Eiseres opende bij DSB twee vaste termijn deposito’s op eigen naam, bedoeld als beheer voor haar minderjarige kinderen. Na het faillissement van DSB stelde DNB het depositogarantiestelsel in werking en kende eiseres een vergoeding van € 100.000 toe. Eiseres stelde dat zij recht had op twee keer deze vergoeding, omdat de tegoeden toebehoorden aan haar kinderen, waarvoor zij als derde optrad.
De rechtbank oordeelde dat de deposito’s op naam van eiseres stonden en dat DSB niet beschikte over documenten waaruit bleek dat zij voor derden handelde. Omdat het niet mogelijk was om een deposito op naam van een minderjarige te openen, kon eiseres niet als derde worden aangemerkt volgens het Bbpm. De door haar overgelegde stukken waren niet bekend bij DSB en hoefden ook niet betrokken te worden bij de besluitvorming door DNB.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en stelde dat DNB niet onzorgvuldig of onjuist had gehandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens vertraging werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vergoeding van DNB onder het depositogarantiestelsel wordt ongegrond verklaard.