ECLI:NL:RBROT:2011:BT8793
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. Pastoors
- J.A.F. Peters
- J.D.M. Nouwen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan procesbelang bij last onder dwangsom
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin aan vijf erfgenamen een last onder dwangsom was opgelegd om binnen zes maanden maatregelen aan een woning uit te voeren. Twee van deze erfgenamen maakten bezwaar tegen deze last, waarna het bezwaar deels werd gehonoreerd en zij niet langer als overtreders werden aangemerkt.
Eisers stelden beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank oordeelde dat zij niet ontvankelijk waren voor zover zij hun eigen overtrederschap ter discussie wilden stellen, omdat zij geen bezwaar hadden gemaakt tegen het primaire besluit, zoals vereist volgens artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verder bleek uit een inspectierapport dat de maatregelen tijdig en naar behoren waren uitgevoerd, waardoor eisers geen procesbelang meer hadden bij hun beroep. Ook hun stelling dat de kosten van renovatie door alle erfgenamen gedragen moesten worden, werd door de rechtbank verworpen, omdat deze kosten tot de nalatenschap behoren en het bestuursrechtelijk oordeel hier niets aan verandert.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en wees een veroordeling in de proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het niet tijdig maken van bezwaar.