ECLI:NL:RBROT:2011:BU3330
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over verbeurde dwangsom wegens illegale radiouitzending
Eiser werd geconfronteerd met een dwangsom nadat een toezichthouder van het Agentschap Telecom op 2 april 2010 constateerde dat vanaf zijn perceel een radiocommunicatiesignaal werd uitgezonden zonder de vereiste vergunning. Eiser voerde aan dat hij en zijn partner niet aanwezig waren en dat het onmogelijk was dat het signaal van zijn perceel afkomstig was. Tevens stelde hij dat hij geen zendapparatuur meer bezat en dat hij het peilrapport niet had ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van bevindingen, gebaseerd op radiopeilingen, veldsterktemetingen en visuele waarnemingen, voldoende betrouwbaar was om vast te stellen dat het signaal van het perceel van eiser afkomstig was. De nadere uitleg van verweerder over de gebruikte opsporingsmethoden en apparatuur versterkte dit oordeel. De afwezigheid van eiser en zijn partner op het perceel deed hieraan niet af, omdat radiouitzendingen ook zonder fysieke aanwezigheid kunnen plaatsvinden.
Verder stelde eiser dat hij het besluit van 30 mei 2008 niet had ontvangen. De rechtbank stelde vast dat dit besluit aangetekend was verzonden naar het juiste adres en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij het niet had ontvangen. De enkele ontkenning was niet geloofwaardig.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verbeurde dwangsom wordt ongegrond verklaard.