ECLI:NL:RBROT:2011:BU3335
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke procedure over eenzijdige wijziging arbeidsvoorwaarden en standplaatswijziging chauffeur
Eiser is sinds 1976 als chauffeur in dienst bij gedaagde en mocht de vrachtwagen mee naar huis nemen, waarbij reistijd woon-werkverkeer als overwerk werd uitbetaald. In 2010 wijzigde gedaagde eenzijdig deze regeling, onder meer door de standplaats van eiser te verplaatsen en de reiskostenvergoeding aan te passen, wat leidde tot een geschil over de rechtmatigheid van deze wijziging.
De kantonrechter oordeelt dat het recht om de vrachtwagen mee naar huis te nemen en de vergoeding van reistijd woon-werkverkeer een arbeidsvoorwaarde vormt die niet zonder instemming van eiser kan worden gewijzigd. Hoewel gedaagde een zwaarwegend belang heeft bij de wijziging vanwege kostenbesparing en naleving van Europese rijtijdenwetgeving, kan van eiser niet redelijkerwijs worden verlangd de wijziging zonder meer te accepteren vanwege het substantiële financiële nadeel na afloop van de overgangsregeling.
De kantonrechter beveelt een comparitie van partijen om overleg te voeren over een passende compensatie en stelt dat tussentijds hoger beroep mogelijk is. Daarnaast wijst de rechter de vorderingen omtrent verplichte snipperdagen af omdat deze in overeenstemming zijn met de CAO en eerdere afspraken.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarde niet zonder instemming kan en gelast overleg over compensatie; vorderingen over vakantiedagen worden afgewezen.