ECLI:NL:RBROT:2011:BU3692
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingen onder vaststellingsovereenkomst niet bevrijdend wegens wsnp en faillissement
De zaak betreft een geschil over de rechtsgeldigheid en gevolgen van betalingen gedaan onder een vaststellingsovereenkomst tussen gedaagden en een schuldenaar die onder de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) viel en later failliet werd verklaard.
De schuldenaar, [X], was sinds 2001 onder de wsnp geplaatst en had een arbeidsongeval bij AVR West B.V. (thans [gedaagde 2]). In 2004 sloten de gemeente Rotterdam en [X] een vaststellingsovereenkomst waarbij een bedrag van €30.000 werd overeengekomen, te betalen op een door [X] opgegeven bankrekening van een derde. De curator stelt dat deze betaling niet bevrijdend was, omdat [X] niet bevoegd was tot het sluiten van de overeenkomst en het ontvangen van betalingen, hetgeen onder de wsnp en later faillissement valt.
De rechtbank oordeelt dat de rechtshandelingen van [X] niet absoluut nietig zijn, maar relatieve nietigheid ten opzichte van de boedel veroorzaken. De curator kan zich hierop beroepen en de betaling aan de derde bankrekening is niet bevrijdend. Gedaagden waren op de hoogte of behoorden op de hoogte te zijn van de wsnp, waardoor hun verweer faalt. De rechtbank veroordeelt gedaagden tot betaling van het bedrag aan de curator, vermeerderd met wettelijke rente, en wijst overige vorderingen af.
De uitspraak bevestigt dat betalingen aan een wsnp-schuldenaar of failliet die niet bevoegd is tot beheer en beschikking niet bevrijdend zijn en dat betalingen aan de boedel moeten worden gedaan.
Uitkomst: Betalingen onder de vaststellingsovereenkomst zijn niet bevrijdend en gedaagden moeten €30.000 plus rente aan de curator betalen.