ECLI:NL:RBROT:2011:BU4297
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. van der Laan
- O.E.M. Leinarts
- M.J. van den Broek-Prins
- Rechtspraak.nl
Ontheffing ouderlijk gezag moeder wegens ongeschiktheid en onmacht tot verzorging en opvoeding
De rechtbank Rotterdam heeft op 3 november 2011 uitspraak gedaan in een zaak waarin de raad voor de kinderbescherming verzocht om ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind. De moeder wordt gezien als ongeschikt en onmachtig om haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen. De minderjarige verblijft sinds 2007 onder toezicht en is sinds december 2007 uithuisgeplaatst.
De minderjarige heeft in verschillende opvoedsituaties gewoond en kampt met hechtingsproblemen en ambivalente gevoelens jegens de moeder. De moeder heeft een problematische achtergrond met schulden en een gebrek aan inzicht, was lange tijd onbereikbaar voor hulpverlening en heeft afspraken met de gezinsvoogd niet nagekomen. Hoewel er recentelijk enig contact was, is er onvoldoende vertrouwen dat zij dit volhoudt.
De rechtbank overweegt dat het belang van de minderjarige bij stabiliteit en duidelijkheid in zijn opvoedsituatie zwaarder weegt dan het belang van de moeder bij continuering van het gezag. De moeder verzet zich tegen de ontheffing, maar dit verzet wordt verworpen. De rechtbank ontheft de moeder van het gezag en benoemt Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam tot voogd, waarmee rust en continuïteit voor het kind wordt beoogd.
Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het ouderlijk gezag en Bureau Jeugdzorg wordt benoemd tot voogd.