ECLI:NL:RBROT:2011:BU4625
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Juridisch causaal verband tweede hernia na bedrijfsongeval vastgesteld in deelgeschilprocedure
Op 7 juni 2005 liep verzoekster tijdens haar werk als taxichauffeur een traumatische hernia op bij het tillen van een rollator in een taxi. Na een operatie in 2006 trad in 2008 een recidief hernia op op dezelfde plaats. Partijen waren het eens over de aansprakelijkheid voor het eerste letsel, maar verschilden van mening over het causaal verband van de tweede hernia met het ongeval.
De rechtbank behandelde een deelgeschilprocedure ex artikel 1019w Rv om duidelijkheid te verkrijgen over het juridische causaliteitsvraagstuk. Een gezamenlijke neurochirurgische deskundige rapporteerde dat het recidief waarschijnlijk veroorzaakt werd door onvoldoende littekenweefselvorming na het eerste letsel, waardoor een nieuwe discusprolaps kon ontstaan.
De rechtbank oordeelde dat de bevindingen van de deskundige bindend zijn en dat het juridische causaal verband tussen het ongeval en de tweede hernia voldoende is aangetoond. De pre-existentie van eerdere rugklachten doet hieraan niet af. De rechtbank veroordeelde Connexxion en Allianz tot betaling van de juridische kosten van €4.901,95 aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de tweede hernia juridisch causaal verband houdt met het bedrijfsongeval en veroordeelt Connexxion en Allianz tot betaling van €4.901,95 aan verzoekster.