ECLI:NL:RBROT:2011:BU4855

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
370151 / HA ZA 11-86
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot bezichtiging van schilderij in eigendomsgeschil tussen Sparta Rotterdam B.V. en gedaagde

In deze civiele zaak tussen Sparta Rotterdam B.V. en de gedaagde staat de vraag centraal of de vinder van een schilderij eigenaar is geworden. De rechtbank heeft op verzoek van Sparta Rotterdam B.V. een tussenvonnis gewezen waarin partijen werden uitgenodigd aanvullende informatie en een foto van het schilderij te overleggen.

De rechtbank acht het gewenst het schilderij te bezichtigen omdat het zich op last van de Voorzieningenrechter in bewaring bevindt bij een besloten vennootschap te Spijkenisse. Omdat het schilderij niet naar de rechtbank kan worden overgebracht, wordt een bezichtiging ter plaatse bevolen op 27 januari 2012 om 10:00 uur.

Aansluitend aan de bezichtiging zullen getuigenverhoren plaatsvinden in het gerechtsgebouw. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van deze stappen. Tevens is bepaald dat partijen die niet kunnen verschijnen binnen twee weken na het vonnis een verzoek tot wijziging van datum kunnen indienen. Het proces-verbaal van de bezichtiging moet binnen twee weken na de bezichtiging worden ingediend.

Uitkomst: De rechtbank beveelt bezichtiging van het schilderij en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 370151 / HA ZA 11-86
Vonnis van 2 november 2011
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SPARTA ROTTERDAM B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. H.G.D. Hoek,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. A.G.H.M. Ganzeboom.
Partijen blijven hierna aangeduid als Sparta en [gedaagde].
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 7 september 2011;
- de akte zijdens Sparta;
- de akte zijdens [gedaagde].
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
in conventie
2.1. Bij voormeld tussenvonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld bij akte een foto en informatie over de afmetingen van het schilderij in het geding te brengen. Beide partijen hebben in dat kader een akte genomen. Sparta heeft de rechtbank daarbij verzocht het schilderij te bezichtigen op de plaats waar het zich thans op last van de Voorzieningenrechter bevindt, namelijk de besloten vennootschap [bedrijf 1] te Spijkenisse.
2.2. De rechtbank is met Sparta van oordeel dat het gewenst is het schilderij te bezichtigen. Nu het schilderij zich op last van de Voorzieningenrechter in bewaring bevindt bij de besloten vennootschap [bedrijf 1] te Spijkenisse, en het dus een zaak betreft die niet ter terechtzitting kan worden overgebracht, zal de rechtbank een bezichtiging bevelen. Sparta wordt verzocht met [bedrijf 1] de nodige afspraken te maken in verband de bezichtiging.
2.3. Aansluitend aan de bezichtiging zullen de ingevolge voornoemd tussenvonnis bepaalde getuigenverhoren plaatsvinden. De getuigenverhoren zullen plaatshebben in het gebouw van deze rechtbank.
2.4. In afwachting van de bezichtiging en de getuigenverhoren wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
3. De beslissing
De rechtbank
in conventie
3.1. beveelt een bezichtiging van het schilderij, zich bevindende bij de besloten vennootschap [bedrijf 1] te Spijkenisse op vrijdag 27 januari 2012 om 10:00 uur, gevolgd door getuigenverhoren in het gebouw van deze rechtbank,
3.2. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum,
3.3. bepaalt dat het proces-verbaal binnen twee weken na de bezichtiging ter griffie moet worden neergelegd,
in conventie en in reconventie
3.4. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt-Molier en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2011.(
2148/1729