ECLI:NL:RBROT:2011:BU4876
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring kredietovereenkomst met hoofdelijk aansprakelijke partners
Op 31 mei 2002 sloten [persoon 1] en [gedaagde] een kredietovereenkomst met AMEV Financieringen N.V. waarbij zij hoofdelijk aansprakelijk waren. Credivance, rechtsopvolger van AMEV, vorderde betaling van een openstaand bedrag wegens niet-nakoming. De vordering werd aanvankelijk toegewezen bij verstek tegen [gedaagde], die vervolgens verzet instelde.
[gedaagde] voerde verjaring aan omdat de vordering pas in 2009 opeisbaar werd gesteld, terwijl de kredietovereenkomst in 2002 was opgezegd. De rechtbank oordeelde dat de vordering al op 6 november 2002 opeisbaar was geworden door opzegging na achterstallige betalingen en dat de verjaringstermijn van vijf jaar was verstreken voordat Credivance contact zocht met [gedaagde].
De rechtbank vernietigde het verstekvonnis en wees de vordering af wegens verjaring. De hoofdelijkheid van de kredietnemers betekent dat de vordering afzonderlijk tegen elk van hen kan worden ingesteld en verjaren. Proceskosten werden verdeeld conform het verloop van de procedure.
Uitkomst: De vordering van Credivance tegen [gedaagde] wordt afgewezen wegens verjaring.