ECLI:NL:RBROT:2011:BU5458
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- M.F.L.M. van der Grinten
- H.J.M. van der Kaaij
- R.F. de Knoop
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kantonrechter niet-ontvankelijk wegens ontbreken procespartij
In deze zaak heeft een persoon, zich noemende de vader van de gedaagde partij, een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die de civielrechtelijke procedure behandelde. Dit verzoek werd ingediend voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de zaak.
De rechtbank stelde vast dat de wraking niet was ingediend door een procespartij in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, aangezien de verzoeker zich niet had gesteld als gemachtigde van de gedaagde partij en er geen schriftelijke volmacht aanwezig was die dit machtigde. De later overgelegde machtiging betrof alleen de wrakingsprocedure en niet de bodemprocedure.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 november 2011.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van de niet-gemachtigde persoon is niet-ontvankelijk verklaard.