ECLI:NL:RBROT:2011:BU6081
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen gebrek door aanwezigheid hechtgebonden witte asbest in gehuurde woning
In deze zaak staat centraal of de aanwezigheid van asbest in een gehuurde woning een gebrek vormt dat rechtvaardigt dat huurders de huur opschorten en de huurovereenkomst ontbinden. De woning bevat hechtgebonden platen met 2-5% chrysotiel (wit asbest), die volgens een deskundigenrapport geen gevaar opleveren zolang ze intact blijven.
Tijdens werkzaamheden aan de kozijnen zijn enkele asbestplaten verwijderd, waarbij niet volgens de geldende normen is gehandeld. Hierdoor konden asbestvezels vrijkomen, wat tijdelijk een gebrek aan het gehuurde opleverde. Dit gebrek was echter niet meer aanwezig ten tijde van de procedure, omdat een later onderzoek geen asbestdeeltjes in de lucht of woning vond.
De huurders hadden vanaf de tweede helft van 2008 de huur opgeschort wegens het vermeende gebrek. De rechtbank oordeelt dat deze opschorting niet gerechtvaardigd is, omdat de werkzaamheden toen al waren afgerond en het gebrek niet meer bestond. Bovendien was de opschorting buitenproportioneel gezien de omvang en duur. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vanwege de huurachterstand, wat gegrond lijkt.
De huurders vorderen schadevergoeding voor emotionele, lichamelijke en woningschade, maar hun vorderingen zijn onvoldoende concreet en onduidelijk. De kantonrechter acht het wenselijk om de zaak verder te bespreken tijdens een comparitie om de voortgang en eventuele minnelijke regeling te bepalen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming bevolen wegens huurachterstand; de opschorting van huur wegens asbestgebrek wordt niet gerechtvaardigd.