ECLI:NL:RBROT:2011:BU6285
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Veenendaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering energieleverancier wegens niet-naleving afkoelingsperiode bij koop op afstand
De Nederlandse Energie Maatschappij B.V. (NEM) vorderde betaling van openstaande bedragen van gedaagde op grond van een overeenkomst voor levering van gas en elektriciteit. Gedaagde stelde dat zij nooit akkoord is gegaan met een overeenkomst en binnen de wettelijke afkoelingsperiode schriftelijk heeft geannuleerd.
De rechtbank oordeelde dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen omdat NEM niet op duidelijke en begrijpelijke wijze schriftelijk heeft voldaan aan de informatieplicht over de afkoelingsperiode zoals vereist in artikel 7:46c BW. De verwijzing naar de productvoorwaarden op de achterzijde van een bevestigingsbrief was onvoldoende duidelijk, mede doordat het pakket aan documenten omvangrijk was en de mededeling tijdens het telefoongesprek onduidelijkheid gaf.
Subsidiair stelde NEM dat zij recht had op vergoeding voor geleverde energie gedurende de periode dat gedaagde gebruik maakte van de diensten. De rechtbank oordeelde dat NEM het switchproces te vroeg is gestart en onvoldoende heeft onderbouwd welke schade zij heeft geleden. De vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking werd daarom afgewezen.
Gedaagde vorderde in reconventie vergoeding van gemaakte kosten en immateriële schade. De rechtbank wees deze vorderingen af omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die vergoeding boven de forfaitaire regeling rechtvaardigden en gedaagde geen schade aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank veroordeelde NEM in de proceskosten van de conventie en compenseerde de proceskosten in reconventie, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van NEM af wegens niet-naleving van de informatieplicht en wijst ook de vordering van gedaagde in reconventie af.