ECLI:NL:RBROT:2011:BU6395
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek wegens onvoldoende disfunctioneren en ontbreken verbetertraject
De rechtbank Rotterdam behandelde een ontbindingsverzoek van de werkgever tegen een werknemer die sinds februari 2010 als Adviseur Bedrijven werkzaam was. De werkgever stelde dat de werknemer onvoldoende functioneerde op meerdere vakinhoudelijke aspecten en dat dit een gewichtige reden vormde voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer betwistte het disfunctioneren en voerde aan dat hem geen verbetertraject was aangeboden.
De rechtbank oordeelde dat het disfunctioneren niet aannemelijk was gemaakt. Het Prestatiedocument 2010 toonde een redelijke tot goede beoordeling en bevatte ook positieve opmerkingen over de werknemer. Daarnaast was niet gebleken dat de werknemer de enige was die onder het 4-ogen principe viel en dat het ontbreken van fiatteringsbevoegdheid een disfunctioneren rechtvaardigde. Ook de vermeende fouten in dossiers konden niet volledig aan de werknemer worden toegerekend.
Verder stelde de rechtbank dat de werkgever onvoldoende contact had gehad met de werknemer om verbetering te bewerkstelligen en onvoldoende had onderzocht of er passende functies beschikbaar waren. De aangeboden training en gesprekken met een loopbaancoach waren niet gericht op een verbetertraject. De verstoorde arbeidsverhouding werd gezien als gevolg van het ontbindingsverzoek zonder voldoende grondslag.
De rechtbank concludeerde dat er geen zodanige verandering in omstandigheden was die ontbinding rechtvaardigde en wees het verzoek af. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten ten gunste van de werknemer.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van disfunctioneren en het ontbreken van een passend verbetertraject.