ECLI:NL:RBROT:2011:BU6600
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- R.F. de Knoop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende partijdigheid in strafzaak
In deze strafzaak diende een wrakingsverzoek van de verdachte tegen de rechters van de rechtbank Rotterdam. De verdachte stelde dat de rechters partijdig waren doordat zij het ondervragingsrecht van de verdediging beperkten en onvoldoende aandacht hadden voor waarheidsvinding.
De verdediging voerde aan dat een ter zitting aanwezige persoon op verzoek van de verdediging als getuige had moeten worden gehoord, en dat de rechters onjuiste toetsingscriteria toepasten bij het weigeren van dit verzoek. Tevens werd gesteld dat de rechters geen sluitende motivering gaven voor deze beperkingen, wat de schijn van partijdigheid wekte.
De rechters stelden dat het wrakingsverzoek niet bedoeld is om onwelgevallige beslissingen nader te toetsen en dat geen feiten of omstandigheden aanwezig zijn die een grond voor wraking vormen. De rechtbank oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie onpartijdig wordt vermoed en dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking is.
De rechtbank concludeerde dat de beslissing om de persoon niet als ter zitting verschenen getuige te beschouwen niet onbegrijpelijk is en geen zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid vormt. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.