ECLI:NL:RBROT:2011:BU6809
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot teruggeleiding minderjarige wegens lopende appelprocedure
De vader verzocht via de Centrale Autoriteit om teruggeleiding van zijn minderjarige kind naar België op grond van het Haagse Verdrag. De moeder had het kind zonder toestemming naar Nederland gebracht. Er liep echter al een procedure in hoger beroep bij het gerechtshof over de afgifte van het kind aan de vader.
De rechtbank oordeelde dat de vader niet tegelijkertijd twee procedures over dezelfde kwestie kan voeren, omdat dit tot conflicterende uitspraken en executieproblemen kan leiden. De keuze tussen een verzoek via de Centrale Autoriteit of een rechtstreeks beroep bij de rechter is exclusief.
Daarom verklaarde de rechtbank de Centrale Autoriteit niet-ontvankelijk in het verzoek tot teruggeleiding. Partijen kwamen overeen een voorlopige zorgregeling te treffen voor de minderjarigen, welke door de rechtbank werd bekrachtigd.
De uitspraak benadrukt het belang van een goede procesorde en de exclusiviteit van rechtswegen binnen het kader van het Haagse Verdrag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de Centrale Autoriteit niet-ontvankelijk in het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar België.