ECLI:NL:RBROT:2011:BU6927
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Janssen
- Van Nijen
- Blagrove
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bewerken en verwerken van grote hoeveelheden cocaïne
De rechtbank Rotterdam heeft op 6 december 2011 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van het bewerken en verwerken van grote hoeveelheden cocaïne. Het onderzoek richtte zich op activiteiten in een woning te Rotterdam waar de verdachte samen met anderen cocaïne versneden, gemengd, verpakt en getaped heeft. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van medeplegen vanwege de nauwe en bewuste samenwerking tussen de betrokkenen.
De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de officier van justitie niet had toegelicht waarom een onderzoek tegen een medeverdachte was gestart. Dit verweer werd verworpen omdat de officier van justitie bevoegd is autonoom op te treden in de pre-opsporingsfase en geen verantwoording hoeft af te leggen over de aanleiding van het onderzoek.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte zich gedurende ongeveer twee maanden schuldig had gemaakt aan het bewerken van grote hoeveelheden cocaïne, met een omvangrijke partij die waarschijnlijk op de markt zou zijn gebracht indien onderschept. De strafmaat werd mede bepaald op basis van een reclasseringsadvies en landelijke oriëntatiepunten. De verdachte werd veroordeeld tot 28 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een bijzondere voorwaarde tot naleving van aanwijzingen van de reclassering.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 28 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.