ECLI:NL:RBROT:2011:BU7467
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Groen
- Van Lottum
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van uitlevering aan Verenigde Staten ondanks ne bis in idem en EVRM-artikel 3 bezwaren
De rechtbank Rotterdam behandelde het uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten tegen de verdachte, die wordt verdacht van vijf strafbare feiten. De verdachte voerde verweren aan op basis van het ne bis in idem-beginsel en artikel 5 van Pro het Uitleveringsverdrag, alsmede een voltooide en dreigende schending van artikel 3 van Pro het EVRM (verbod op foltering).
De rechtbank concludeerde dat de stukken voldoen aan de wettelijke eisen, dat de feiten ook in Nederland strafbaar zijn en dat de verdachte niet voldoende informatie had verstrekt om het ne bis in idem-verweer te onderbouwen. Verzoeken tot nader onderzoek, waaronder het horen van getuigen en deskundigen, werden afgewezen vanwege het karakter van de uitleveringsprocedure.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte door Amerikaanse functionarissen is gefolterd en dat algemene rapporten over foltering in Pakistan onvoldoende specifiek zijn. De beoordeling van het risico op foltering na uitlevering ligt bij de Minister van Veiligheid en Justitie. Het verzoek tot het horen van een psycholoog als getuige-deskundige werd eveneens afgewezen.
Gelet op de naleving van de wettelijke en verdragelijke voorwaarden verklaarde de rechtbank de uitlevering toelaatbaar en wees zij de verweren en verzoeken van de verdachte af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitlevering van de verdachte aan de Verenigde Staten toelaatbaar en wijst alle verweren af.