ECLI:NL:RBROT:2011:BU7522
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door onzedelijk betasten tijdens oefening
De zaak betreft een politieambtenaar die tijdens een oefening bij de Politieacademie werd beschuldigd van onzedelijk betasten van een vrouwelijke collega, waarbij hij haar borsten kneep en in haar kruis tastte terwijl zij geboeid was. De rechtbank baseert zich op meerdere consistente getuigenverklaringen, waaronder die van het slachtoffer en collega’s, die gezamenlijk overtuigend bewijs leveren voor het plichtsverzuim.
De ambtenaar ontkende de beschuldigingen, maar zijn ontkenning werd verworpen vanwege de geloofwaardigheid en samenhang van de verklaringen van het slachtoffer en getuigen. Het plichtsverzuim werd als ernstig aangemerkt, wat de opgelegde disciplinaire maatregel van voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar rechtvaardigt.
Daarnaast werd een verzoek om tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp afgewezen omdat de vermeende onrechtmatige daad niet tijdens de uitoefening van de politietaak plaatsvond en de vordering kennelijk onvoldoende grond had. De rechtbank vond de motivering van verweerder hiervoor voldoende en wees het beroep ongegrond.
De rechtbank ging niet in op de vraag of de klachtenregeling gevolgd had moeten worden, omdat het slachtoffer geen klacht had ingediend. Ook werd het verzoek om proceskosten afgewezen. Het beroep werd in zijn geheel ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voorwaardelijk ontslag en de afwijzing van de tegemoetkoming in rechtskosten wordt ongegrond verklaard.