ECLI:NL:RBROT:2011:BU7978
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Nouwt
- Rechtspraak.nl
Betaling openstaande leasetermijnen na overgang leaseverhoudingen
In deze zaak stond de vraag centraal of de overgang van leaseverhoudingen van B-Rent naar A-Rent rechtsgeldig was en of gedaagde gehouden was de openstaande leasetermijnen aan eiseres te voldoen. De rechtbank stelde vast dat A-Rent de bevoegdheid had om de auto’s te verhuren aan gedaagde, mede op basis van bewijs van leasecontracten en getuigenverklaringen.
Gedaagde voerde verweer tegen het bestaan van een leaseovereenkomst met A-Rent en stelde dat zij geen medewerking had verleend aan de overgang van de leaseverhoudingen. Dit verweer werd verworpen, mede omdat de overgang plaatsvond met instemming van de eigenaren van de auto’s en onder toepassing van artikel 7:226 BW Pro. Daarnaast werd het beroep op verrekening afgewezen omdat die reeds was toegepast en geaccepteerd door de curator van B-Rent.
De rechtbank oordeelde dat de cessie van de vorderingen van A-Rent aan eiseres rechtsgeldig was en dat gedaagde de openstaande leasetermijnen aan eiseres moest voldoen. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van € 5.962,07 vermeerderd met wettelijke rente en de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande leasetermijnen aan eiseres, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.