ECLI:NL:RBROT:2011:BU8568
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling beslagvrije voet wegens onvoldoende financiële transparantie
Verzoeker, woonachtig in het buitenland en met een aanzienlijke alimentatieschuld, verzocht de rechtbank om op grond van artikel 475e Rv een beslagvrije voet vast te stellen op zijn AOW-pensioen. Hij stelde onvoldoende middelen van bestaan te hebben en leefde van spaargeld en leningen. LBIO betwistte dit en stelde dat verzoeker onvoldoende bewijs had geleverd.
De rechtbank beoordeelde dat verzoeker onvoldoende openheid van zaken had gegeven over zijn financiële situatie. Hoewel hij bankafschriften en enkele belastingdocumenten overlegde, waren deze beperkt in tijd en onvolledig. Verzoeker had ook niet aangetoond dat hij geen belastingaangifte hoefde te doen. Tevens erkende verzoeker dat er in het verleden grote geldbedragen door zijn handen waren gegaan en dat hij in welstand had geleefd.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker niet had aangetoond dat hij naast zijn AOW-pensioen niet over voldoende middelen van bestaan beschikt. Daarom werd het verzoek tot vaststelling van een beslagvrije voet afgewezen en werd verzoeker veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling beslagvrije voet wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onvoldoende bestaansmiddelen.