ECLI:NL:RBROT:2011:BU9028
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige heffing door DNB voor verklaringen van geen bezwaar en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van De Nederlandsche Bank (DNB) waarin zij werd aangeslagen voor heffingen van negen maal € 1.000,- voor verklaringen van geen bezwaar die door negen aanvragers waren aangevraagd. De rechtbank oordeelt dat de facturen ten onrechte aan eiseres zijn gericht in plaats van aan de individuele aanvragers, conform de wettelijke bepalingen in het Besluit bekostiging financieel toezicht (Bbft).
Na vernietiging van het bestreden besluit verklaart de rechtbank het bezwaar gegrond en herroept het besluit van 18 februari 2009. Tevens wordt vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep is overschreden, wat leidt tot een schadevergoeding van € 1.000,- aan eiseres. De rechtbank wijst daarbij op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en Nederlandse rechtspraak over redelijke termijnen.
De rechtbank vergoedt ook het betaalde griffierecht van € 302,- aan eiseres. Er wordt geen aanleiding gezien om DNB te veroordelen in de proceskosten. Het vonnis is uitgesproken door rechter D. Haan en griffier H.T. van de Erve op 1 december 2011.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en DNB veroordeeld tot betaling van € 1.000,- schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.