ECLI:NL:RBROT:2011:BU9536
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag statutair directeur niet kennelijk onredelijk; bonusregeling en geheimhoudingsbeding beoordeeld
De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen een statutair directeur en zijn werkgever over ontslag, bonusbetaling en schending van een geheimhoudingsbeding.
De directeur werd ontslagen wegens verlies van vertrouwen na controverses binnen het managementteam. De rechtbank oordeelde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, omdat het verlies van vertrouwen gegrond was en de directeur voldoende gelegenheid had gekregen zijn standpunt toe te lichten.
De bonusregeling was schriftelijk vastgelegd in de arbeidsovereenkomst en een nadere brief. De werkgever stelde dat de bonus discretionair was toe te kennen, maar de rechtbank vond dat dit niet uit de documenten bleek en stond toe dat bewijs hierover werd geleverd. Indien niet bewezen, zou de bonus worden toegekend tot het contractuele maximum van 75% van het jaarsalaris.
De directeur had vertrouwelijke bedrijfsinformatie naar zijn privé-email gestuurd, wat in strijd was met het geheimhoudingsbeding. De rechtbank erkende de schending maar matigde de boetes aanzienlijk vanwege de aard van de schending en omstandigheden. Tevens werd de directeur veroordeeld tot retournering of vernietiging van vertrouwelijke informatie en verboden verdere verspreiding.
Proceskosten in reconventie werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Verdere beslissingen werden aangehouden voor bewijslevering over de bonusregeling.
Uitkomst: Ontslag statutair directeur niet kennelijk onredelijk; bonusregeling niet discretionair tenzij bewezen; boetes voor schending geheimhoudingsbeding gematigd en toegewezen.