ECLI:NL:RBROT:2011:BU9609
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging schadevergoeding wegens gebrek aan terughoudendheid na suïcide medekoper
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding van gedaagde partijen naar aanleiding van een koopovereenkomst die niet werd nagekomen. De rechtbank Rotterdam heeft eerder de schadevergoeding vastgesteld, maar achtte matiging van de vergoeding voor [gedaagde 1] aangewezen vanwege omstandigheden rondom het gedrag van eisers na de suïcide van een medekoper.
De rechtbank overweegt dat eisers onvoldoende terughoudendheid hebben betracht door direct na het overlijden van de medekoper te hameren op nakoming van de koopovereenkomst. Dit gebrek aan terughoudendheid rechtvaardigt matiging van de schadevergoeding over de periode waarin eisers volgens artikel 4:185 BW Pro beraad hadden kunnen houden, namelijk drie maanden na het overlijden.
De matiging leidt ertoe dat de schadevergoeding van [gedaagde 1] wordt beperkt tot hetzelfde bedrag als die van de overige gedaagden, omdat het verschil samenhangt met het moment van verzuim. Daarnaast wordt de veroordeling jegens de erfgenamen onder voorbehoud van afronding van de nalatenschap uitgesproken. De rechtbank wijst de vordering in reconventie af en veroordeelt de gedaagden in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot een gematigde schadevergoeding onder voorbehoud van afronding nalatenschap.