ECLI:NL:RBROT:2011:BU9636
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige publicatie over vermeende betrokkenheid bij frauduleuze vastgoedtransactie
Eiser, een ondernemer met landelijke bekendheid, werd in een artikel van NRC Handelsblad onterecht in verband gebracht met een frauduleuze vastgoedtransactie uit 2005. Het artikel baseerde zich op een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin eiser niet genoemd werd en feitelijk niet betrokken was bij de transactie.
Eiser vorderde een verklaring voor recht dat NRC onrechtmatig had gehandeld, een schadevergoeding van €100.000, een verbod op verdere onrechtmatige uitingen en proceskostenvergoeding. NRC voerde aan dat het artikel gebaseerd was op eerdere publicaties en dat zij te goeder trouw had gehandeld, met een rectificatie na publicatie.
De rechtbank oordeelde dat het artikel de eer en goede naam van eiser aantastte, omdat het hem onterecht met fraude verbond. Hoewel NRC te goeder trouw was, had zij onvoldoende zorgvuldigheid betracht, met name door de bron verkeerd te interpreteren en geen hoor en wederhoor toe te passen.
De rectificatie werd als adequaat beoordeeld, waardoor eiser onvoldoende feiten had gesteld voor immateriële schadevergoeding behalve voor advocaatkosten. De rechtbank kende een beperkte schadevergoeding van €1.000 toe voor advocaatkosten en veroordeelde NRC in de proceskosten. Het gevorderde verbod werd afgewezen wegens onvoldoende noodzaak volgens artikel 10 EVRM Pro.
De uitspraak bevestigt de balans tussen vrijheid van meningsuiting en bescherming van eer en goede naam, waarbij onzorgvuldige publicaties onrechtmatig zijn, ook als een rectificatie volgt.
Uitkomst: NRC is veroordeeld tot een beperkte schadevergoeding van €1.000 en proceskosten wegens onrechtmatige publicatie, met verklaring voor recht van onrechtmatigheid.