ECLI:NL:RBROT:2011:BV0429
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van geldontvangst op bankrekening
Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) vorderde bewijs dat gedaagde geld van haar had ontvangen op een bankrekening met een specifiek nummer. De kantonrechter had SSC toegelaten om dit bewijs te leveren. SSC verzocht gedaagde om toestemming om bij een bank in Curaçao informatie op te vragen over de tenaamstelling van de rekening, maar gedaagde reageerde niet op dit verzoek en ook niet op verdere communicatie van de kantonrechter.
Het procesrecht kent geen algemene verplichting voor partijen om informatie of documenten te verschaffen, en de uitzonderingen in de artikelen 843a en 843b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering waren niet van toepassing en ook niet ingeroepen door SSC. Artikel 22 Rv Pro was eveneens niet toepasselijk omdat het alleen ziet op reeds bestaande stukken, niet op stukken die voor de procedure gemaakt moeten worden.
Omdat SSC buiten haar verzoek om toestemming geen aanvullend bewijs of getuigen heeft ingebracht, kon de kantonrechter niet vaststellen dat gedaagde geld van SSC had ontvangen op de betreffende rekening. Daarom werd de vordering afgewezen. SSC werd veroordeeld in de proceskosten, welke aan de zijde van gedaagde op nihil werden vastgesteld omdat gedaagde in persoon procedeerde en geen kosten had gemaakt.
Uitkomst: De vordering van Stichting Studiefinanciering Curaçao wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.