ECLI:NL:RBROT:2011:BV0758
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.J. Hoekstra- van Vliet
- J.M. Vink
- A.M.A. Keulen
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding van minderjarige kinderen naar Italië wegens ongeoorloofde achterhouding in strijd met Italiaans gezagsrecht
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot teruggeleiding van vier minderjarige kinderen naar Italië, ingediend door de Italiaanse vader via de Nederlandse Centrale Autoriteit. De moeder had de kinderen in Nederland achtergehouden zonder toestemming van de vader, wat in strijd is met het Italiaanse gezagsrecht. De rechtbank stelde vast dat de vader mede het gezag over de kinderen heeft, onder meer omdat de kinderen zijn erkend en de achternaam van de vader dragen.
Hoewel meer dan een jaar was verstreken sinds de achterhouding, was er geen sprake van worteling van de kinderen in Nederland. De moeder had pas vanaf april 2011 een stabiele woonomgeving met haar nieuwe partner, en de kinderen waren nog niet voldoende gehecht aan Nederland om terugkeer te weigeren. De oudste minderjarige gaf zelfs aan graag terug te willen naar Italië.
De moeder voerde verweren aan op grond van mogelijke gevaren bij terugkeer en het recht op familieleven, maar deze werden door de rechtbank verworpen wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing. Er was geen bewijs van mishandeling of ondragelijke situatie bij terugkeer. De rechtbank gelastte daarom de onmiddellijke terugkeer van de kinderen naar Italië uiterlijk 25 februari 2012, met een regeling voor overdracht aan de vader indien de moeder niet meewerkt.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarige kinderen naar Italië wegens ongeoorloofde achterhouding door de moeder en afwezigheid van worteling in Nederland.