ECLI:NL:RBROT:2011:BW0274
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Van der Ven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding kosten rechtsbijstand bij geseponeerde feiten in samenhangende strafzaak
De verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 591a Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. Dit verzoek betrof kosten voor juridische bijstand voor zowel feiten waarvoor hij is gedagvaard als voor feiten die geseponeerd zijn en niet in de dagvaarding zijn opgenomen.
De rechtbank heeft onderzocht of de geseponeerde feiten onder het begrip 'zaak' vallen zoals bedoeld in artikel 591a Sv. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat 'zaak' alle feiten omvat waarop het rechtsgeding betrekking heeft, inclusief feiten die in het voorbereidend onderzoek zijn onderzocht en waarvoor voorlopige hechtenis is toegepast, mits deze feiten onlosmakelijk samenhangen met de gedagvaarde feiten.
In deze zaak zijn de geseponeerde feiten onderzocht binnen hetzelfde opsporingsonderzoek als de gedagvaarde feiten, en gold het bevel tot bewaring voor beide. De rechtbank concludeert dat deze feiten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dus tot dezelfde zaak behoren.
Omdat de zaak niet eindigde zonder oplegging van straf of maatregel, komt de verzoeker geen vergoeding toe op grond van artikel 591a Sv. Het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen omdat de geseponeerde feiten onlosmakelijk samenhangen met de gedagvaarde feiten binnen dezelfde zaak.