ECLI:NL:RBROT:2012:8658
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Leinarts
- Engbers
- Paling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging PIJ-maatregel wegens ontbreken motivering geweldsdelict
De veroordeelde is in 2008 veroordeeld en kreeg een PIJ-maatregel opgelegd vanwege diverse misdrijven, waaronder diefstallen, oplichting en een geweldsdelict. In 2011 werd de maatregel al verlengd. Het Openbaar Ministerie verzocht in 2012 om verlenging van de maatregel met tien maanden, maar trok deze vordering tijdens de zitting in.
De rechtbank overwoog dat volgens recente jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en het gerechtshof Arnhem een PIJ-maatregel alleen verlengbaar is indien in het oorspronkelijke vonnis expliciet is vermeld dat de maatregel is opgelegd voor een misdrijf gericht tegen de lichamelijke onaantastbaarheid van personen (een geweldsdelict). In het vonnis van de veroordeelde ontbreekt deze motivering; de maatregel is vooral opgelegd vanwege vermogensdelicten.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel daarom niet verlengd kan worden. Bovendien is er geen actueel gevaar voor personen, maar alleen recidivegevaar voor vermogensdelicten. De belangen van de ontwikkeling van de veroordeelde wegen ook niet op tegen verlenging. De vordering tot verlenging werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel af wegens het ontbreken van een motivering dat de maatregel is opgelegd voor een geweldsdelict.