Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 14 maart 2012, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken
- de notitie/akte van 29 mei 2012 van Nationale-Nederlanden, met productie
- de brief van 29 mei 2012 van [gedaagde], met producties
- de ter comparitie van 12 juni 2012 overgelegde comparitieaantekening van Nationale-Nederlanden en de pleitnota van [gedaagde].
2.De verdere beoordeling
nietin geschil is, en partijen dus in zoverre hun rechtsstrijd hebben beperkt, zal de rechtbank dat vervolgens, mede gelet op het bepaalde in artikel 24 Rv Pro en gezien het reeds geschetste algemene belang zonder nadere toetsing als uitgangspunt nemen en overgaan tot het stellen van prejudiciële vragen.