ECLI:NL:RBROT:2012:BV1049
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming wegens mogelijke psychische stoornis bij beëindiging huurovereenkomst
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin Stichting Havensteder vorderde dat de huurder de woning uiterlijk per 1 december 2011 zou ontruimen. De huurder had de huurovereenkomst schriftelijk opgezegd, maar stelde dat hij destijds psychisch niet in staat was om deze beslissing te nemen vanwege een psychiatrische aandoening.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de huurder de brief met beëindiging van de huurovereenkomst had ondertekend, niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat hij dit zonder invloed van een geestelijke stoornis had gedaan. Een psychiatrisch rapport gaf aanleiding om te onderzoeken of de huurder destijds wel capabel was om de gevolgen van zijn instemming te overzien.
Omdat binnen het kort geding niet kon worden vastgesteld of de beëindiging van de huurovereenkomst rechtsgeldig was, kon niet worden aangenomen dat de huurder zonder recht of titel in de woning verbleef. De vordering tot ontruiming werd daarom afgewezen. De rechtbank veroordeelde Havensteder tot betaling van de proceskosten.
De zaak zal in een bodemprocedure nader worden onderzocht om vast te stellen of de huurovereenkomst vernietigbaar is wegens psychische stoornis van de huurder.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen vanwege onvoldoende zekerheid over rechtsgeldige beëindiging van de huurovereenkomst door mogelijke psychische stoornis.