ECLI:NL:RBROT:2012:BV1124
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en inhoudelijke beoordeling klaagschrift inzake teruggave verbeurd verklaard geldbedrag
Op 29 juni 2011 werd bij een doorzoeking in de woning van de broer van de klager een geldbedrag van €2.370,- in beslag genomen. Dit bedrag werd verbeurd verklaard bij vonnis van 29 augustus 2011, dat op 13 september 2011 onherroepelijk werd. De klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552b Sv, stellende dat het geld aan hem toebehoorde en hij het in bewaring had gegeven aan zijn broer.
De officier van justitie stelde primair dat het klaagschrift niet-ontvankelijk was omdat het zou zijn gebaseerd op artikel 552a Sv, en subsidiair dat de klager niet aannemelijk had gemaakt rechthebbende te zijn. De rechtbank oordeelde dat het klaagschrift juist op artikel 552b Sv was gebaseerd en derhalve ontvankelijk was, aangezien het binnen drie maanden na onherroepelijkheid was ingediend.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat het geld in een kluis onder het bed van de broer lag, waar alleen de broer de sleutel van had. Verklaringen van de broer en derden wezen op schuldheling en contante betalingen aan de broer. De klager kon niet aannemelijk maken dat hij rechthebbende was van het geld. Daarom werd het klaagschrift ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde de klager ontvankelijk maar wees het klaagschrift af wegens gebrek aan bewijs van rechthebbendheid.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond verklaard wegens gebrek aan bewijs van rechthebbendheid.