ECLI:NL:RBROT:2012:BV1583
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H. Veling
- P. Vrolijk
- H.J.M. van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter-commissaris door getuige niet-ontvankelijk verklaard
In deze strafzaak tegen een verdachte die ervan wordt verdacht op verzoeker te hebben geschoten, heeft verzoeker, gehoord als getuige, een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die hem heeft verhoord. Verzoeker stelde dat hij zonder tolk en advocaat was ondervraagd en onder ede was gesteld, waardoor hij onterecht werd blootgesteld aan de dreiging van een meineedprocedure. Ook werd gesteld dat de rechter-commissaris partijdig zou zijn omdat hij de indruk had dat verzoeker het verhoor in een bepaalde richting wilde sturen.
De rechter-commissaris en het Openbaar Ministerie voerden aan dat verzoeker niet tot de groep personen behoort die wrakingsverzoeken kunnen indienen volgens artikel 512 Wetboek Pro van Strafvordering. Bovendien is artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing omdat het alleen de verdedigingsbelangen van verdachten beschermt, niet die van getuigen. Er was geen sprake van een concrete verdenking of dreiging van vervolging tegen verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek. De omstandigheden van het getuigenverhoor, waaronder het onder ede stellen en de uitleg over meineed, brengen niet mee dat verzoeker is blootgesteld aan een 'criminal charge' in de zin van het EVRM. Er is geen schijn van partijdigheid of onrechtmatigheid door de rechter-commissaris vastgesteld. Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen.
Uitkomst: Wrakingsverzoek van getuige tegen rechter-commissaris is niet-ontvankelijk verklaard.