ECLI:NL:RBROT:2012:BV1708

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/750012-11
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • mr. De Jong
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klaagschrift van niet-beslagene tegen uitblijven last tot teruggave personenauto

Op 24 januari 2012 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. De klager, vertegenwoordigd door zijn advocaat mr. D.C.E. Timmermans, verzocht om teruggave van een personenauto die in beslag was genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar de belanghebbende. De belanghebbende wordt verdacht van de invoer, het vervoer en de handel in cocaïne, evenals deelname aan een criminele organisatie. De auto, een Mercedes ML 320 CDI, was in beslag genomen op 29 maart 2011, maar de klager stelde dat het voertuig aan hem toebehoorde en dat zijn dochter, getrouwd met de belanghebbende, de auto soms naar Nederland bracht voor hem.

De officier van justitie betwistte de claim van de klager en stelde dat de belanghebbende de werkelijke eigenaar was. De rechtbank heeft echter vastgesteld dat er onvoldoende bewijs was dat de auto vatbaar was voor verbeurdverklaring. De rechtbank concludeerde dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter in de strafzaak tegen de belanghebbende de verbeurdverklaring van het voertuig zou bevelen. De rechtbank oordeelde dat er geen ander strafvorderlijk belang was dat zich tegen de teruggave van de auto verzette.

De rechtbank heeft de stelling van de klager, dat hij eigenaar was van de auto, onderbouwd met een Spaans kentekenbewijs. De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie haar standpunt onvoldoende had onderbouwd en dat de klager voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij rechthebbende was van de in beslag genomen personenauto. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en gelastte de teruggave van de Mercedes aan de klager.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector strafrecht
Parketnummer: 10/750012-11
Raadkamernummer: 11/1104
Beslissing van de rechtbank te Rotterdam, enkelvoudige raadkamer, op het op 22 juli 2011 ter griffie van deze rechtbank ingediende klaagschrift ex artikel 552a Wetboek van Strafvordering, van:
(hierna: de klager),
[adres en woonplaats],
advocaat mr. D.C.E. Timmermans, kantoorhoudende te Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het klaagschrift met bijlagen, alsmede van het raadkamerdossier met bovengenoemd raadkamernummer en het proces-verbaal van de op 11 oktober 2011 gehouden terechtzitting.
De rechtbank heeft in openbare raadkamer van 10 januari 2012 gehoord de officier van justitie mr. Dijkshoorn-Boender, de advocaat van klager, alsmede de belanghebbende (hierna: de belanghebbende). De klager is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
Op 29 maart 2011 is in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar de belanghebbende onder deze in beslag genomen op het [adres] een personenauto van het merk Mercedes, type ML 320 CDI, met het Spaanse [ kenteken]. De belanghebbende wordt verdacht van de invoer, het vervoer en handel in cocaïne, alsmede de deelneming aan een criminele organisatie die zich bezig houdt met het plegen van misdrijven en witwassen. De strafzaak tegen de belanghebbende heeft al een aanvang genomen, maar het onderzoek ter terechtzitting is op 7 november 2011 voor onbepaalde tijd geschorst.
Inhoud van de klacht
De klager beklaagt zich over het uitblijven van een last tot teruggave van de in beslag genomen personenauto. Hij stelt dat het voertuig aan hem toebehoort. Zijn dochter is getrouwd met de belanghebbende en zij nam de personenauto wel eens mee naar Nederland, omdat zij voor haar vader - de klager - goederen vervoerde ten behoeve van de uitbating van diens winkel. De auto is niet door de belanghebbende gefinancierd. Dit is door de klager zelf gedaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de belanghebbende de werkelijke eigenaar is van de Mercedes en dat hij dit voertuig ook in gebruik had. Tegen hem loopt een strafzaak. Het betreft een omvangrijk witwasonderzoek. Te zijner tijd zal in die strafzaak om de verbeurdverklaring van de personenauto worden gevraagd. Het klaagschrift moet ongegrond verklaard worden.
Standpunt belanghebbende
De belanghebbende heeft te kennen gegeven dat de personenauto niet van hem is, maar van zijn schoonvader, de klager. Hij moet de personenauto aan de klager teruggeven. Hij heeft nu een probleem met de klager en betaalt daarom de kosten van de personenauto voor hem.
Beoordeling van de klacht
In het proces-verbaal van inbeslagname is niet gerelateerd of de inbeslagname van de personenauto op grond van artikel 94 of op artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering heeft plaatsgevonden. Uit de vermelding in de kennisgeving van inbeslagneming dat de auto in beslag is genomen in verband met ‘artikel 420bis e.v. WvSr’ leidt de rechtbank echter af dat eerstgenoemd artikel de grondslag heeft gevormd. In het andere geval zou vermelding van de term ‘conservatoir beslag’ immers in de rede hebben gelegen.
In geval van een beklag van een derde, onder wie het beslag niet is gelegd, tegen een op de voet van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering gelegd beslag, dient de rechter vooreerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave, onder andere indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring zal bevelen. Wanneer het belang van strafvordering het voortduren dat beslag niet meer vordert, dient de rechter vervolgens te beoordelen of de klager, onder wie het beslag niet is gelegd en die stelt rechthebbende te zijn, inderdaad redelijkerwijs als rechthebbende op het in beslag genomene kan worden aangemerkt (HR 5 oktober 2010, LJN: BN2300 en HR 28 september 2010, LJN: BL2823).
Uit het raadkamerdossier en het verhandelde ter zitting is in het geheel niet duidelijk geworden of en op grond waarvan kan worden aangenomen dat de Mercedes vatbaar is voor verbeurdverklaring (artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht). Zo blijkt uit de beschikbare gegevens niet dat de Mercedes is gebruikt bij het plegen van enig strafbaar feit of dat de auto door enig strafbaar feit is verkregen.
Bij die stand van zaken is het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter bij zijn einduitspraak in de strafzaak tegen de belanghebbende de verbeurdverklaring van het voertuig zal bevelen. Waar de officier van justitie niet heeft gesteld dat zich enig ander strafvorderlijk belang tegen teruggave van de Mercedes verzet en de rechtbank in het verlengde van het overwogene in het arrest van de Hoge Raad van 22 mei 2007 (LJN: BA1637) van oordeel is dat de rechter hierin niet eigenstandig mag treden, dient een last tot teruggave van de auto te worden gegeven.
De stelling van de klager dat hij eigenaar is van de personenauto is onderbouwd door overlegging van afschrift van een op naam van de klager staand Spaans kentekenbewijs. De belanghebbende heeft de stelling van de klager ter zitting bevestigd.
De officier van justitie heeft daar tegenovergesteld de schoonzoon van de klager - de belanghebbende - de werkelijke eigenaar is. In het proces-verbaal van inbeslagneming is opgenomen dat zulks zou blijken uit telefoontaps en uit het politiesysteem. Deze informatie is niet nader gespecificeerd, terwijl uit de andere processen-verbaal uit het raadkamerdossier evenmin duidelijk wordt waaruit die informatie bestaat. Desgevraagd heeft de officier van justitie te kennen gegeven dat zij haar standpunt niet verder kan onderbouwen.
Tegen de achtergrond van het onderbouwde standpunt van de klager is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie haar stellingname onvoldoende handen en voeten heeft gegeven. Zij ziet ambtshalve geen aanleiding om de officier van justitie hiertoe alsnog de mogelijkheid te bieden, mede omdat voor die onderbouwing zowel op de zitting van 11 oktober 2011 als op de zitting van 10 januari 2012 al gelegenheid is geweest.
Op voornoemde gronden is de rechtbank van oordeel dat de klager voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij rechthebbende is van de in beslag genomen personenauto.
De rechtbank zal derhalve het klaagschrift gegrond verklaren en de teruggave van de personenauto gelasten aan de redelijkerwijs rechthebbende, de klager.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beklag gegrond;
- gelast de teruggave van de personenauto van het merk Mercedes, type ML 320 CDI, Spaans [kenteken], aan de klager.
Deze beslissing is gegeven door:
mr. De Jong, rechter,
in tegenwoordigheid van Schlabs, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2012.