ECLI:NL:RBROT:2012:BV1980
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling openstaande facturen expeditiewerkzaamheden en onbevoegdverklaring reconventie wegens buitenlandse procedure
De rechtbank Rotterdam behandelde een civiele zaak waarin eiseressen vorderden betaling van onbetaalde facturen voor expeditiewerkzaamheden verricht door Oceanic Container Lines (OCL). OCL was eerst onderdeel van eiseres 1 en later van eiseres 2. De facturen betroffen verschepingen van lege yoghurtcups naar New York, waarvan een bedrag van € 67.817,20 onbetaald was gebleven. Daarnaast werd 10% administratiekosten en wettelijke rente gevorderd.
Gedaagden betwistten de vordering, onder meer met het verweer dat de Fenex-voorwaarden niet van toepassing waren en dat verrekening met een reconventionele vordering moest plaatsvinden. De reconventionele vordering betrof schadevergoeding wegens geannuleerde transporten, onderwerp van een lopende procedure in Griekenland. De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd was voor de conventionele vordering, maar zich onbevoegd verklaarde voor de reconventie op grond van artikel 27 EEX Pro-verordening vanwege de eerdere Griekse procedure.
De rechtbank wees de vordering toe voor betaling door gedaagde 2, inclusief wettelijke handelsrente vanaf 40 dagen na factuurdatum en administratiekosten conform Fenex-voorwaarden. De vordering tegen gedaagde 1 werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van contractuele aansprakelijkheid. De proceskosten werden toegerekend aan gedaagde 2 in conventie en aan eiseres 1 in reconventie. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde 2 is veroordeeld tot betaling van openstaande facturen en administratiekosten met wettelijke rente; rechtbank verklaart zich onbevoegd in reconventie wegens lopende Griekse procedure.