ECLI:NL:RBROT:2012:BV2395
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aanvullende bevoorschotting buitengerechtelijke kosten na verkeersongeval
Op 4 mei 2004 raakte verzoekster betrokken bij een verkeersongeval waarbij zij letsel opliep. London Verzekeringen erkende aansprakelijkheid voor de schade. Verzoekster stelde een voorlopige schadestaat op met een totaalbedrag van €43.636 aan schade en buitengerechtelijke kosten, waarvan zij reeds €500 aan voorschotten had ontvangen. Het geschil betrof de aanvullende bevoorschotting van buitengerechtelijke kosten van in totaal €7.193,07.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot bevoorschotting een deelgeschilprocedure betrof en dat verzoekster voldoende belang had bij haar verzoek. London betwistte de redelijkheid van de omvang van de buitengerechtelijke kosten, verwijzend naar een medisch rapport dat beperkte schade vaststelde. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een chronisch pijnsyndroom als ongevalsgevolg, maar zonder functieverlies op neurologische gronden.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende inzicht bestond in de omvang van de schade exclusief buitengerechtelijke kosten, waardoor niet kon worden vastgesteld of de gevorderde kosten redelijk waren. Gezien de reeds betaalde buitengerechtelijke kosten en de beperkte omvang van de schade wees de rechtbank het verzoek af en begrootte de proceskosten aan verzoekerszijde op nihil.
Uitkomst: Het verzoek tot aanvullende bevoorschotting van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van redelijkheid.