ECLI:NL:RBROT:2012:BV2591
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding kosten rechtsbijstand afgewezen wegens ontbreken intrekking toevoeging
De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 januari 2012 een verzoek ex artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. De verzoeker had kosten gemaakt voor rechtsbijstand na een wijziging van de last tot toevoeging, waarbij een kantoorgenoot van de oorspronkelijk toegevoegde raadsman de rechtsbijstand verleende.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 44a WRB de keuze voor de grondslag van rechtsbijstand (toevoeging of betalend) vooraf moet worden gemaakt en dat bij wijziging hiervan tijdig kennisgeving moet worden gedaan aan de rechtbank en de Raad voor Rechtsbijstand. Dit was in deze zaak niet gebeurd, waardoor geen vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand na de wijziging kan worden toegekend.
Wel werd een forfaitaire vergoeding van € 540,- toegekend voor de kosten verbonden aan het indienen en behandelen van het verzoekschrift. Het verzoek tot vergoeding van de overige kosten werd afgewezen. De officier van justitie had zich op het standpunt gesteld dat de vergoeding moest worden afgewezen en betwijfelde de specificatie van de uren. De verzoeker was niet verschenen tijdens de zitting.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand afgewezen wegens ontbreken tijdige intrekking toevoeging, forfaitaire vergoeding toegekend.