ECLI:NL:RBROT:2012:BV6238
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van den Broek-Prins
- Melkert
- De Geus
- Rechtspraak.nl
Moeder onbevoegd tot gezag wegens langdurige geestelijke stoornis, voogd benoemd
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om de moeder van de minderjarige te ontheffen van het ouderlijk gezag wegens een langdurige geestelijke stoornis. De moeder is sinds circa vijftien jaar onafgebroken opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en lijdt aan een ernstige psychiatrische aandoening die haar ongeschikt maakt het gezag uit te oefenen.
De rechtbank stelde vast dat de moeder niet onder curatele staat, maar dat haar geestvermogens zodanig zijn gestoord dat zij niet in staat is het gezag over haar kind uit te oefenen. Dit oordeel is gebaseerd op verklaringen van de behandelend psychiater en de langdurige opname van de moeder. De rechtbank concludeert dat er geen gezag van rechtswege is ontstaan en dat de verzoeken van de raad om ontheffing van het gezag feitelijk geen grondslag hebben.
Omdat de minderjarige niet onder ouderlijk gezag staat en er geen wettige voogd is, benoemt de rechtbank de stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam tot voogd. De moeder verzette zich tegen de ontheffing, maar haar psychiatrische toestand maakt haar ongeschikt. De rechtbank wijst de verzoeken tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing af voor zover deze niet eerder zijn beslist.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De moeder wordt onbevoegd verklaard tot het ouderlijk gezag en de stichting Bureau Jeugdzorg wordt benoemd tot voogd over de minderjarige.