ECLI:NL:RBROT:2012:BV6591
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten
- W.J.J. Wetzels
- H.J.M. van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens gegronde vrees voor vooringenomenheid van rechters in strafzaak over controlebevoegdheden
In deze strafzaak heeft de verdediging van verzoeker meerdere verzoeken gedaan tot nader onderzoek en het horen van getuigen over mogelijke onrechtmatigheden in het gebruik van controlebevoegdheden door de Belastingdienst en FIOD. De meervoudige strafkamer wees vrijwel alle verzoeken af met het oordeel dat er onvoldoende verdedigingsbelang was en dat er geen begin van vermoeden was van oneigenlijk gebruik.
De verdediging stelde dat de beslissing onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd was, vooral gezien eerdere beslissingen waarbij het horen van een belangrijke getuige was toegestaan. Zij voerden aan dat er aanwijzingen waren dat het strafrechtelijk onderzoek mogelijk onrechtmatig was gestart en dat essentiële vragen onbeantwoord bleven.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter onpartijdig moet worden vermoed, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De kamer vond dat de motivering van de afwijzing van de onderzoeksverzoeken onbegrijpelijk was in het licht van eerdere beslissingen en de context van het dossier. De vrees van verzoeker dat de rechters niet openstonden voor verder onderzoek werd als objectief gerechtvaardigd beoordeeld.
Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen, waarmee de rechters werden gewraakt wegens het ontbreken van een voldoende gemotiveerde en begrijpelijke beslissing die het vertrouwen in hun onpartijdigheid onderbouwt.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt toegewezen wegens onvoldoende motivering en objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.